”En daar slapen de ouders, die, al ware het uit lage zelfzucht alleen, te waken hadden bij het bed van hun doodzieke kind. En dat kind, het kan niet meer zeggen dat ze dorst heeft; heur lippen zijn als verschroeid; heur mondje is vuur van binnen; in haar hoofdje bonst en giert en dreunt het. Dat doet de koorts, de heete verslindende koorts. Zoo’n arm verzwakt schepseltje is niet in staat om die koorts te doorstaan. En – niemand hoort er haar telkens stiller en doffer gekreun. En niemand ziet er het klamme zweet daar parelen op het dof gezigtje; en niemand hoort er – neen! niemand hoort er, na zes uren strijds, dat laatste, dat allerlaatste zacht pijnlijke snikje, het snikje dat klinkt als een dankbaar zoetvloeijend….. verlost! En daar buiten, daar buldert de stormwind als met dondrenden weêrklank: Vermoord! vermoord!’

Dit is de sterfscène van Saartje uit het boek Fabriekskinderen van J.J. Cremer. Eén van de mooiste boeken ooit geschreven, ondanks het kleine aantal pagina’s.

leidse_kinderen01_01

Fabriekskinderen werd geschreven in 1863 door Jacob Jan Cremer. Kinderarbeid was in die tijd heel normaal, zoals dat nu nog is in andere landen. Cremer werd op een dag ingeschakeld door een ingenieur die door de regering aangesteld was om te rapporteren over kinderarbeid. Deze man, A. de Vries Robbé, vroeg de schrijver om hulp, omdat de wetgeving te lang duurde. Cremer moest een verhaal schrijven over kinderarbeid. Robbé nam hem daarom mee naar een Leidse textielfabriek, waar de kinderarbeid vol aan de gang was. Dit was zo’n openbaring voor Cremer, dat hij binnen 6 weken de novelle Fabriekskinderen schreef.

Wat dit boek literatuur maakt? Dat zijn meerdere factoren. Om te beginnen moet literatuur vernieuwend zijn. En anders was Fabriekskinderen zeker. Kinderarbeid was toentertijd niet normaal, maar werd ook zeker niet zo breed uitgemeten als in Fabriekskinderen. Het is één groot betoog tegen kinderarbeid waarin Cremer de gewone burger, de politici, fabrikanten, koning en alle ouders oproept om zich te verzetten tegen de gang van zaken.

Cremer maakt gebruik van lange zinnen waarin hier en daar een enkele komma te vinden is. Dit maakt het wellicht voor sommigen wat moeilijker te lezen. Zijn liefde voor bijvoeglijk naamwoorden maakt het verhaal erg beeldend en emotioneel. Je merkt dat Fabriekskinderen geschreven is door een betrokken iemand, die zich kwaad maakt maar bovenal ook erg verdrietig is om het leed dat de kinderen wordt aangedaan. De gebeurtenissen volgen elkaar snel op, waardoor je door het boek heen vliegt. En natuurlijk mag het dialect, waar Cremer gek op is, niet ontbreken.

Uiteindelijk heeft Fabriekskinderen niet direct meegeholpen aan het afschaffen van de kinderarbeid. Pas in 1874 werd het kinderwetje van Van Houten aangenomen en hoefden kinderen onder de twaalf jaar niet meer te werken. Cremer is altijd blijven proberen om, middels openbare brieven, (vooral) politici te bereiken.

Nieuwsgierig geworden naar dit boek? Ga dan snel naar http://www.dbnl.org/tekst/crem001fabr01_01/ om Fabriekskinderen gratis als PDF-bestand te downloaden.

 

 

Suzan Serraarens

Advertenties